Raam boven de koorzolder, in 1939 geschonken door de parochianen ter gelegenheid van het 40 jarig priesterfeest van Pastoor Spaan.

Raam met o.a.: Koning David met harp en Cecilia met orgeltje.

Het raam is gebrandschilderd glas-in-lood in een betonnen raam. Glazenier: J.A.H.F. (Joep) Nicolas; 1939.

 

In het portaal hangt in een kastframe een glas in Loodraam voorstellende Marcus.

Wordt hij afgebeeld als evangelist, dan heeft hij een gevleugelde leeuw bij zich; woestijndier, omdat zijn evangelie begint met Johannes de Doper in de woestijn, en omdat er van Jezus gezegd wordt dat hij in de woestijn verbleef temidden van de wilde dieren

De overlevering vertelt, dat de schrijver van het tweede evangelie Markus heette; dat deze gezel was van Petrus en Paulus en dat hij dezelfde is als de 'Johannes Markus' van wie sprake is in de Handelingen der Apostelen. Als dat alles klopt, dan weten we van hem, dat hij uit Jeruzalem afkomstig was, dat zijn moeder Maria heette en huisbaas was in de stad Jeruzalem; in één van haar huizen houdt de eerste christengemeente haar eerste bijeenkomsten. Aanvankelijk vergezelde hij Paulus en Barnabas, die een neef van hem was, op hun zendingsreizen. Hij maakte ook de eerste arrestatie van Paulus mee. Later heeft hij zich bij Petrus heeft gevoegd (deze noemt hem 'mijn zoon'). Kennelijk is dat bij Paulus in het verkeerde keelgat is geschoten (Handelingen 12,25; 13,13 en 15,37-39).

Bron: Heiligen.net

In het portaal hangt in een kastframe een glas in Loodraam voorstellende Matheus.

Wordt hij afgebeeld als evangelist, dan heeft hij vaak een gevleugelde mens of engel bij zich in de buurt.

Matteus behoorde tot de twaalf apostelen die door Jezus zelf waren uitgekozen. Bij Markus en Lukas wordt hij Levi genoemd. Hij woonde in Kafarnaüm. Daar was hij tollenaar. Dat betekende dat hij als jood in dienst van de Romeinse bezetters belastinggeld opeiste van zijn eigen volksgenoten. Vaak staken dergelijke mensen een flink deel ook nog in hun eigen zak, beschermd door de Romeinen. In het evangelie staan ze niet hoog aangeschreven: meestal worden ze in één adem genoemd met zondaars. Toch laat Jezus zijn oog op vallen op Levi, wanneer Hij hem aan zijn geldtafeltje passeert en zegt tegen hem: "Kom, volg mij." En hij stond op en volgde Hem (Matteus 09,09-10)

Bron: Heiligen.net